De Nederlandse naam voor de beagle is gewoon beagle. Het ras heeft geen aparte vertaling in het Nederlands; ook de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied en de internationale kynologische federatie FCI gebruiken de Engelse naam. Wat wel bestaat, is een Nederlands woord voor het type hond waartoe de beagle behoort: de brak. Een brak is een lopende hond die op geur jaagt, en de beagle is de kleinste van de Engelse brakken. Je komt daarom soms de omschrijving "kleine Engelse brak" tegen, maar dat is een typering en geen officiële rasnaam. Zoek je daarentegen een Nederlandse naam voor je beagle als huisdier, dan zijn korte, zachte namen met een of twee lettergrepen het populairst, zoals Bo, Lotte, Bram, Saar, Max en Fien. Hieronder lees je waar de naam beagle vandaan komt, hoe het ras in Nederland wordt ingedeeld en welke namen goed bij een beagle passen.
Waar komt het woord beagle vandaan?
Over de herkomst van het woord bestaan verschillende theorieën. De meest genoemde is dat het is afgeleid van het Oudfranse "bee gueule", wat zoiets betekent als "open mond" of "luide keel", een verwijzing naar het kenmerkende blaffen en huilen van de hond tijdens de jacht. Een andere verklaring koppelt het aan een oud Engels of Keltisch woord voor "klein". Zeker is dat de naam al eeuwen in Engeland wordt gebruikt voor kleine jachthonden die in meutes op hazen en konijnen jaagden. Omdat het ras in Engeland is ontstaan en van daaruit naar de rest van de wereld is verspreid, heeft vrijwel elk land de Engelse naam overgenomen.
Hoe wordt de beagle in Nederland ingedeeld?
De FCI, waar de Nederlandse Raad van Beheer bij is aangesloten, deelt hondenrassen in tien groepen in. De beagle valt in groep 6: lopende honden, zweethonden en verwante rassen. In het Nederlands noemen we lopende honden ook wel brakken. Het zijn honden die het wild niet zien, maar ruiken en vervolgens blaffend achtervolgen, zodat de jager kan volgen. Andere bekende rassen in die groep zijn de basset hound, de bloedhond en de foxhound. De beagle is binnen die groep de kleinste van de Engelse rassen. Meer over de rasindeling en de rasstandaard vind je op de site van de Raad van Beheer en bij de FCI.
Bestaat er een Nederlandse brak die op de beagle lijkt?
Nederland heeft zelf geen eigen brakkenras dat als tegenhanger van de beagle geldt. Het dichtstbijzijnde Nederlandse jachthondenras is de Drentsche patrijshond, maar dat is een staande hond en geen brak. Wel bestaan er in de buurlanden vergelijkbare rassen, zoals de Duitse Bracke en de Belgische en Franse basset- en brakkentypes. Ook die worden in Nederland onder hun oorspronkelijke naam aangeduid. Wie dus naar een "Hollandse beagle" zoekt, zal die niet vinden; de beagle is en blijft een Engels ras met een Engelse naam. Een uitgebreid overzicht van de geschiedenis van het ras staat op Wikipedia.
Welke Nederlandse namen passen bij een beagle?
Zoek je een naam voor je beagle, dan is het handig om te kiezen voor iets korts dat je makkelijk kunt roepen, want een beagle met zijn neus op een spoor luistert niet altijd even goed. Namen van één of twee lettergrepen, met een duidelijke klinker, werken het best. Een paar suggesties die goed passen bij het karakter van het ras:
- Voor reuen: Bo, Bram, Max, Joep, Sem, Gijs, Floris, Boris, Teun, Siem
- Voor teven: Saar, Lotte, Fien, Noor, Juul, Puck, Roos, Nina, Bibi, Lies
- Met een knipoog naar de jachtachtergrond: Jager, Speur, Snuf, Spoor
- Met een knipoog naar het uiterlijk: Bruin, Kastanje, Bambi, Oortje
Veel beagle-eigenaren kiezen ook voor een naam die verwijst naar de bekendste beagle ter wereld, Snoopy uit de strip Peanuts. Dat is geen Nederlandse naam, maar wel een naam die iedereen direct herkent.
Hoe schrijf en spreek je beagle uit in het Nederlands?
Je schrijft het woord in het Nederlands precies zoals in het Engels: beagle, met een kleine letter, want rasnamen zijn in het Nederlands geen eigennamen. Het meervoud is beagles. De uitspraak is "biegel", met de klemtoon op de eerste lettergreep. Veel Nederlanders zeggen "bieghel" of "bijgel", maar de Engelse uitspraak met een zachte g aan het einde is de gangbare. In samenstellingen schrijf je het woord aan elkaar, zoals beaglepup, beaglefokker en beaglevereniging. Combineer je het met een ander Engels woord, dan mag een koppelteken: beagle-mix. In de Woordenlijst Nederlandse Taal op woordenlijst.org staat het woord opgenomen als gewoon Nederlands zelfstandig naamwoord, wat bevestigt dat er geen vertaling nodig is.
Waar moet je op letten bij het kiezen van een naam?
Kies een naam die niet lijkt op een commando. "Sit" en "Sem" liggen dicht bij elkaar, net als "Nee" en "Lee". Een beagle is slim maar ook eigenwijs, dus je wilt elke verwarring voorkomen. Test de naam een paar keer hardop op verschillende toonhoogtes; een naam die je ook geïrriteerd nog prettig kunt uitspreken, is een goede keuze. Gebruik de naam de eerste weken alleen in positieve situaties, zodat de hond de klank koppelt aan iets leuks. Als je een pup van een fokker haalt, heeft die vaak al een stamboomnaam, meestal een lange combinatie met de kennelnaam erin. Die naam hoef je thuis niet te gebruiken; vrijwel iedereen kiest een korte roepnaam. Tips over de opvoeding van een pup en over het ras vind je bij de LICG, het landelijk informatiecentrum voor gezelschapsdieren, en bij de Dierenbescherming. Zo weet je niet alleen hoe de beagle in het Nederlands heet, maar ook hoe jouw beagle gaat heten.